Zeggingskracht - Marieke de Vries

Zeggingskracht

Zegt de naam Marijke de Bruijne je iets? 
Ik had weleens van haar gehoord maar op het moment dat ik deze vraag kreeg bleef het bij mij toch wat vaag. Gelukkig werd ik snel uit de droom geholpen door het pas verschenen boek: ‘Nabije, naar Jou toe. Over het zoeken en schrijven van Marijke de Bruijne’ door Nelleke van Vliet en Jasja Nottelman (red.)

Marijke de Bruijne (1936-2020) wilde in de jaren tachtig een tegengeluid laten horen  in de protestantse kerken.  Zij vond, en met haar ook anderen, dat bijvoorbeeld de liederen in het liedboek te veel exclusief en mannelijk taalgebruik bevatten. In de inleiding van het genoemde boek wordt het volgende gezegd: ‘Marijke merkte, door te vieren, te zingen, te doen en te ervaren, hoe een mens op het spoor kan komen van het Andere, de Ander, het Mysterie van het leven. De verbinding met dat Mysterie bracht haar levensvreugde, kracht en troost. Het waren ervaringen die zij graag met anderen deelde. Ook met mensen in de toekomst. En die toekomst, daar leven wij nu in. Verstaan wij nog wat zij wilde zeggen? Hebben haar woorden nog zeggingskracht? 
In aandachtig zijn kan verwondering groeien, en verwondering brengt ontmoeting en verbinding. Het is iets waar wij naar zoeken, want slechts weten en begrijpen is niet meer voldoende in deze tijden.’ 

Het was in die tijd van bewustwording dat de traditionele rol van de vrouwen aan het veranderen was. Ook binnen de kerken. Marijke de Bruijne was een voorloopster die vrouwen stimuleerde om zelf liederen te gaan maken. Er werden in korte tijd veel liederen geschreven en al gauw kwam een eerste liedbundel op de markt: ‘Eva’s Lied, 99 liederen door vrouwen’ verscheen in 1984. Wat opviel was dat, wanneer vrouwen in hun ervaring met God en geloven, liederen gaan maken, de taal waarin dit gebeurt andere accenten krijgt. God en Gods Geest worden bijvoorbeeld in vrouwelijke termen geschreven, aansluitend bij de kerk van de eerste eeuwen waarbij de Geest als een vrouwelijke aanwezigheid van God ervaren en omschreven werd.

In de loop van de tijd schreef Marijke zelf veel teksten en liederen. Er verschenen enkele romans van haar hand en ook werd zij bekend door het schrijven van drie oratoria: Als appelbloesem in de winter (Kerstoratorium, 1993), Als de graankorrel sterft (Paasoratorium, 1995), Aanwezig (Pinksteroratorium, 1998). Toen min of meer revolutionair, de feministische theologie kwam op en gelijke rechten voor vrouwen en mannen waren in opkomst. 

Nu in onze tijd, waarin de wereld steeds meer in vuur en vlam staat, wordt het wellicht tijd om de teksten te koesteren, opnieuw te lezen en in de sporen van de zoektocht van Marijke verder te gaan. Verwondering voor het leven, aandacht voor de Ander en anderen, brengt ontmoeting en verbinding. Voor mij, en wellicht ook voor jou, zijn dat elementen die het leven de moeite waard maken. 

Tot slot een liedtekst van Marijke de Bruijne die mij op weg naar Pasen aanspreekt: 

Veertig dagen nog tot pasen, 
tot de winter is gegaan 
en het lengen van de dagen 
kou en duister doen verjagen  
en het leven op zal staan. 

Refrein: Veertig dagen, weken, jaren, 
wachten, weten en ervaren, 
dat iets nieuws, verandering 
met vreugd’ en moeite samenging. 

Veertig weken duurt het groeien 
van het ongeboren kind 
in de warme schoot van moeder 
tot het klaar is om te komen, 
volheid is en nieuw begin. 
Refrein 

Veertig jaren van een leven 
zijn naar mensenmaat een tijd 
om te leren en te delen 
wat met moeite werd verkregen 
daardoor worden mensen vrij. 
Refrein 

Veertig dagen nog tot pasen 
soms een tocht door de woestijn 
om te leren en te vragen 
hoe je duister kunt verjagen 
om met pasen klaar te zijn. 
Refrein.

‘Veertig dagen’ (t. Marijke de Bruijne, m. Peter Rippen). Een lied uit de oecumenische liedbundel ‘Zangen van Zoeken en Zien’. In deze bundel zijn meerdere liederen van Marijke opgenomen. Enkele liederen vind je ook in de blauwe map ‘Tussentijds’.

Marieke de Vries-Hofman,
maart/april 2026
 

stijlvorm